UitlegAfkoopwaarde

Kosten: verschillen, uitzonderingen en controlepunten bij de afkoopwaarde-berekening

Een helder en feitelijk antwoord op de vraag: Kosten: verschillen, uitzonderingen en controlepunten?

Kosten: verschillen, uitzonderingen en controlepunten bij de afkoopwaarde-berekening

Kort antwoord

In een berekening van afkoopwaarde spelen kosten een rol als inhouding op de technische waarde. Welke kosten precies meetellen, en hoe daarmee wordt omgegaan, hangt af van de polisvoorwaarden en de situatie (bijvoorbeeld afkoop versus premievrij maken). Daardoor kunnen twee berekeningen van dezelfde verzekerde (of vergelijkbare) polis toch uitkomsten geven die verschillen.

Definitie en afbakening

Met Kosten bedoelen polisvoorwaarden en rekenmodellen doorgaans de bedragen die worden ingehouden of in mindering worden gebracht bij een uitkomst zoals afkoop of premievrijmaking. In ieder geval gaat het om kosten die niet aan de verzekerde waarde worden toegevoegd, maar die (volgens de voorwaarden) onderdeel zijn van de berekening bij beëindiging.

Belangrijk onderscheid:

  • Kosten bij afkoop: worden in mindering gebracht om tot de uit te keren afkoopwaarde te komen. In een voorbeeldberekening wordt na aftrek van afkoopkosten een lager bedrag overgemaakt.[1]
  • Kosten bij premievrij maken: ook hierbij kunnen kosten gelden; in een voorbeeld zijn die als (eenmalig) bedrag verwerkt in de indicatieve premievrije verzekerde waarde.[1]

Hoe het werkt

  1. Je verzekering wordt beëindigd (bijvoorbeeld door afkoop of premievrij maken) en de verzekeraar bepaalt de waarde op basis van een berekeningssystematiek.
  2. De waarde wordt vastgesteld volgens een actuarieel/rekenkundig model.
  3. Afkoopkosten of kosten bij premievrij maken worden daarop toegepast. In de voorwaarden staat bijvoorbeeld dat de waarde wordt vastgesteld volgens een actuariële methode onder aftrek van kosten.[2]
  4. De uitkomst wordt pas definitief na het aanleveren van documenten en administratieve afronding. Bij uitkering na overlijden is bijvoorbeeld sprake van uitkering na ontvangst van vereiste bescheiden en akkoordbevinding.[3]

Wat kan verschillen

Bij ‘kosten’ kunnen de uitkomsten verschillen door een combinatie van rekenregels en poliskenmerken.

1) Kostenverschillen tussen afkoop en premievrij maken

Afkoop en premievrij maken zijn geen identieke acties. Daardoor kunnen ook de kosten anders worden toegepast. In een voorbeeld laat een berekening zien dat afkoop leidt tot € 3.570 minus € 150 afkoopkosten = € 3.420.[1] En in hetzelfde bronmateriaal wordt bij premievrij maken een (eenmalige) kost van € 90 genoemd die is verwerkt in de indicatieve premievrije verzekerde waarde.[1]

2) Vergelijkbaarheid: dezelfde polis, andere leeftijd/looptijd

Als je leeftijd bij aanvang en het aantal jaren dat de verzekering loopt verschillen, kan de uitkomst in de berekening veranderen. In het voorbeeld staan verschillende waardepercentages en eindwaarden voor diensten- en geldcomponenten.[1] Omdat kosten worden toegepast op een waarde die zelf afhankelijk is van die factoren, kan ook het verschil in kostenimpact groter of kleiner lijken.

3) Indexering en premieduur beïnvloeden de onderliggende waarde

Kosten worden toegepast op een waarde; die waarde kan hoger of lager worden door indexering en premieperiode. In een productleeswijzer wordt genoemd dat indexering het verzekerde bedrag (en ook de premie) periodiek kan aanpassen op basis van CPI, en dat niet indexeren een optie is.[4] Hoewel dit niet direct ‘kosten’ zijn, kan het indirect zorgen voor een andere grondslag waarop kosten worden ingehouden.

Controlepunten

Gebruik onderstaande punten als toets bij het vergelijken of controleren van je afkoopwaarde- of premievrij-berekening.

Controlepunt A: mag afkoop of premievrijmaking in jouw situatie?

Bij TWENTHE is afkoop niet mogelijk, tenzij aan een specifieke voorwaarde wordt voldaan (blijvend vestigen in een niet bij de Europese Unie aangesloten staat) en dit met bewijs kan worden gestaafd.[2] Premievrijmaking of afkoop vraagt bovendien (volgens dezelfde bron) een schriftelijk verzoek en stelt voorwaarden aan leeftijd, minimale duur en tijdigheid van het verzoek.[2]

Controlepunt B: welke kosten worden in mindering gebracht?

Zoek in de polisvoorwaarden expliciet naar de zinsnede(n) over aftrek van kosten bij de vaststelling van de afkoopwaarde.[2] En let bij berekeningen op hoe de kosten worden verwerkt: als afzonderlijke aftrek (zoals in het voorbeeld met € 150 afkoopkosten) of als eenmalige kosten die al in de indicatieve premievrije waarde zijn verwerkt.[1]

Controlepunt C: wat gebeurt er als rechten vervallen door premieachterstand?

Bij TWENTHE staat dat als twee maanden na de vervaldatum de premie niet (of niet volledig) is voldaan, rechten uit de polis kunnen vervallen, tenzij uitstel van betaling is verleend.[2] Een praktische implicatie voor ‘kosten’: als de polisstatus wijzigt, kan de basis voor een berekening veranderen.

Controlepunt D: kostenbesparing en verrekening bij afzien van leveringen

Sommige polisvoorwaarden bevatten een verrekeningsclausule: als na overlijden van omschreven leveringen/diensten wordt afgezien, kunnen bespaarde (gemiddelde) kosten worden aangewend voor andere leveringen/diensten.[2] Dit is vooral relevant wanneer je terugrekent hoe ‘kosten’ zich gedragen binnen het pakket.

Controlepunt E: administratieve vereisten bij uitkering (en dus bij waardebepaling)

Ook als jouw vraag gaat over kosten en berekening: de verzekeraar hanteert administratieve stappen. Bij uitkering na overlijden is bijvoorbeeld opgenomen dat uitkering plaatsvindt na ontvangst van alle vereiste bescheiden en akkoordbevinding, en dat uitkering kan plaatsvinden via verrekening van nog onbetaalde uitvaartkosten.[3]

Bronnen

  1. DELA, Productleeswijzer UitvaartPlan, model 4.1, p. 2
  2. TWENTHE, Algemene voorwaarden uitvaartverzekering 2018, p. 3
  3. Polisvoorwaarden uitvaartverzekering, p. 7
  4. TWENTHE, Natura-uitvaartverzekering in kapitaal, versie 2, p. 2